|
|
e e n m e n s Een mens, niet de mens, want dan zet je hem als het ware op een voetstuk, apart van de rest van de natuur. Terwijl je (althans ik) juist in het opgaan in het grote geheel, in het verliezen van jezelf de zin van zijn ervaart. En misschien ook wel de zin in zijn. Misschien is het voor de meeste mensen vreemd om een tentoonstellingsreeks met de dood te beginnen. Maar naast dat de Bewaerschole kinderopvang was heeft deze ruimte ook een tijd dienst gedaan als mortuarium. Juist in het zich bewust zijn van zijn eigen eindigheid onderscheidt de mens zich van zijn mede aardbewoners. Dat maakt een mens tot mens. Ook slapeloosheid, je zorgen maken en piekeren is een mens eigen. Ons bewustzijn veroorzaakt een hoop ellende, maar stelt ons ook in staat ons te verbazen, te verheugen, te verwonderen, te verlangen, te verzwijgen, te vergeten en ................. te veranderen. In religies wordt de dood bijna altijd gezien als een nieuw begin. Maar bij de filosofen wordt juist onze eindigheid de drijvende kracht achter het leven. De Engelse filosoof Alfred Noth Whitehead zegt dit op een psychologische manier “organisms without death have no individuality”. Met andere woorden wij worden pas mens dankzij onze sterfelijkheid. Daarmee kunnen we die dood tot een positieve ervaring maken. Laatst vertelde iemand mij een verhaal. Hij stond op een
brug over een snel stromende rivier en besefte opeens dat datgene wat
nog komen moest, de toekomst, eigenlijk achter hem lag en dat wat geweest
was, zijn verleden, eigenlijk voor hem.......... De eerste keer dat ik werk zag van Margriet Luyten is nu ongeveer 10 jaar geleden in het Germinahof in Sterksel, een kunstenaarsinitiatief in Brabant. In een oude boomgaard hingen tegen de stammen van de bomen kleine bronzen bedjes, waaruit cactussen en hertengeweien schenen te groeien of een giraf die zijn nek uit stak. Speelse fantasievolle droombeelden. Toen ik zeven jaar later weer werk van haar zag waren het gomdrukken, die zij had gemaakt n.a.v. een reeks foto’s over het stervensproces van haar hoogbejaarde moeder. Eerst zag ik weinig relatie met de eerdere bedjes. Toch is die er wel degelijk. Zowel bij het sterven als met het in slaap vallen is er overgave nodig. Overgave om in een andere wereld terecht te komen. Iedere avond weer passeren wij die grens van ons bewustzijn. Dat maakt Margriet Luyten bij uitstek de kunstenaar om dit project mee te beginnen. Gedurende drie jaar fotografeerde Margriet de laatste levensfase van haar moeder die in 2004 op 95-jarige leef-tijd overleed. Margriet koos voor een zeer bewerkelijke oude fotografietechniek, de gomdruk. Het papier moet allerlei bewerkingen ondergaan en telkens weer kan de kunstenaar beslissingen nemen, wat de intensiteit van de beelden alleen maar vergroot. Maar ook maakt die traagheid van de techniek de indringende beelden nog kwetsbaarder, bijna aarzelend in hun zachtheid. Het sterven van een moeder is iets waar je veel tijd voor nodig hebt; een moeder, jouw moeder heeft immers het eeuwige leven. Is zij gestorven dan is de volgende generatie, dan ben jij zelf, aan de beurt. En dat is iets waar we maar niet aan kunnen wennen. Dat de dood zo dichtbij komt. Het is eigenlijk wel raar, dat wij met het grootste gemak het sterven van een mens op voorpagina’s van kranten en op de televisie accepteren maar dat sommigen de intimiteit van de foto’s van Margriet bedreigend vinden. Wat zij wil is niet de hardheid van de dood tonen, maar de dood in harmonie met het leven. Margriet Luyten bleef na de dood van haar moeder het verpleeghuis bezoeken en raakte steeds meer gefascineerd door de wereld van oude mensen. Ze plaatste een oproep in het Brabants Dagblad om hoogbejaarden (95+) te kunnen fotograferen. Zij vroeg hen ook om een foto van vroeger (rond de leeftijd van 18/20 jaar) en in die combinatie van net volwassen en heel oud, tekent zich het hele leven af. De geportretteerden voelden zich sterk bij haar project betrokken: voor even waren zij nodig, voor even werden zij weer íemand. Is dat niet wat kunst kan doen, voor even iets uit de vergetelheid onttrekken en voor zolang het duurt eeuwigheid schenken. Wie herinnerd wordt leeft voort in de hoofden van anderen en is daarmee toch een stuk minder dood. Toen ik haar benaderde om iets in de Bewaerschole te doen, was Margriet net begonnen aan haar derde project over de dood: Insomnia. Insomnia betekent slapeloosheid en refereert aan het gedicht van J. C. Bloem, dat begint met de regels: “Denkend aan de dood kan ik niet slapen en niet slapend denk ik aan de dood”. Als de dood een eeuwige slaap is zou het leven dan niet een vorm van slapeloosheid zijn? Margriet maakt opnieuw gebruik van post-mortem portretten van kinderen uit de vorige eeuw, toen kindersterfte nog vrij vaak voorkwam. De eeuwige slaap zoals de dood ook wel eufemistisch wordt genoemd heeft zich meester gemaakt van deze kinderen. Wat is er erger dan een kind te moeten verliezen? Sterven is een werkwoord. Dat doe je niet zo maar. Dat heb ik het afgelopen jaar ook in mijn eigen directe omgeving ervaren. Hoe een nichtje, de dochter van een zus van mij, na bijna een jaar lang in een hospice tussen leven en dood heen en weer gefladderd te hebben, eindelijk stierf. Bij oude mensen is de overgang tussen leven en dood soms heel geleidelijk. De mens lost op en verdwijnt dan langzaam op zo’n natuurlijke wijze, dat de overgave iets moois krijgt, iets onschuldigs bijna. Maar bij het sterven van een kind is er geen logica. Dan is de behoefte aan troost zo groot. En dat is wat Margriet Luyten doet in haar werk, het zijn
beelden vol tederheid en mededogen. Beelden van troost. Op een indringende
en toegankelijke manier toont zij hoe de dood aanwezig is in het leven.
Doodsportretten zijn portretten uit het schemergebied, het tijdvak tussen
overlijden en het sluiten van de kist. Het ware doodsportret heeft daarom
een zekere band met het leven. Het lijkt alsof de dood nog iets aan de
persoonlijkheid toevoegt Tijdens de voorbereidingen voor de tentoonstelling van Margriet las ik een geboorte- of was het een overlijdens-advertentie? Het was eigenlijk beiden in één. Het betrof een tweeling, twee jongetjes waarvan de één tien minuten en de ander een half uur had geleefd. Onder hun namen met de gegevens van geboorte en overlijden stond met grote letters; Zij zijn geboren. Zij zijn gestorven. Zij hebben geleefd. Deze tentoonstelling is eigenlijk ook een eerbetoon aan alle te vroeg gestorven kinderen, die dit helaas in hun blauwdruk hadden staan.
Haar zoon heet Zap van het werkwoord zappen, van het ene beeld in het
andere overspringen. En zo zijn ook haar geschilderde tekeningen, vol
verwondering. Bijna organisch groeit de voorstelling. Ze werkt heel associatief
en intuïtief. Het zijn een soort aantekeningen over het leven, haar
eigen leven, een persoonlijk archief van dromen en fantasieën. Maar
ook van concrete zaken, die in haar dagelijks leven gebeuren. Een enkele
keer is een krantenfoto de aanleiding voor een tekening zoals bij de motorrijder
die zijn hand in een vreemde rode vorm steekt 43 dit gaan we niet
aan iedereen uitleggen hoor Maar vaker zijn het de belevenissen met
of van haar kinderen 55 er zit echt een monster onder mijn bed
Hun vragen of mogelijke vragen 01 hoeveel vogels passen er in een
boom 54 wanneer is het een koe Of zijn het haar eigen vragen misschien?
32 hoe vaak kun je een orakel raadplegen? Soms zijn het bijna
filosofische vragen of uitspraken die je aan het denken zetten. Ook hebben
vele titels te maken met haar afkomst, het gemengde bloed van haar voorvaderen.
Iets wat Barbara, sinds ze zelf kinderen heeft, ook heel erg bezig houdt.
03 zelfportret met chinees bloed 12 ga maar Over tedere zorg en loslaten.
Hoe dat eigenlijk al bij de geboorte begint, in kleine stapjes 44
wat ben jij? Dat zegt dan een beer tegen een koppoterbeer, beide
heel lineair getekend. De verwantschap is duidelijk, maar het mysterie
onopgelost. Zoals ook bij 56 herrie aan het firmament Een patserige
vogel die zijn boom verbouwt. Ik ken Barbara al jaren, maar ontmoet hebben we elkaar niet vaak, puur
door praktische omstandigheden. Toch heb ik het gevoel dat zij een echte
vriend is en dat is fijn. Daar kan je er nooit genoeg van hebben. Als
je met haar door de duinen loopt is het leven een groot avontuur: je sluipt
over de steppe en beklimt bergketens. Samen in een struikje zittend je
zorgen makend om de dampen die van onze bezwete lijven opstijgen en als
rooksignalen ons misschien alsnog aan de boswachter verraden. Luid zingend
op het strand de regen verdrijven. Wat is er heerlijker dan je volop aan
het leven over te geven, genotvol kreunend bij iedere hap. Zo is Barbara,
vol positieve energie, die ze ook met anderen wilt delen. Zo gul is ze
ook in haar prachtige tekeningen. Ze verwent je met een enorme rijkdom
aan kleuren en kalligrafische penseelstreken.
Christian Wisse houdt erg van klei en is een keramiste in hart en ziel. Dat zie je ook in elk beeld. De wijze waarop ze zijn gemaakt. Het werkproces is nog duidelijk zichtbaar in de sporen van haar knedende vingers. Het zachte en weke van de klei, organisch groeiend van beneden naar boven, van binnen naar buiten. Niet alleen letterlijk van binnen uit gemaakt, maar ook figuurlijk van binnen uit gevoeld. De tentoonstelling in de Bewaerschole bestaat uit een serie grote portretten. Christian heeft een fascinatie voor de veelvormigheid van een hoofd terwijl deze tóch uit maar een aantal elementen is opgebouwd. Maar in de uiterlijke variatie is zoveel te ontdekken en ook zoveel mee uit te drukken dat er ook onmiddellijk veel van de binnenkant zichtbaar wordt. Aan bepaalde trekken is al iets van een stemming of karakter af te lezen. Het boeit haar om binnen, en vooral ook mét dat vaste vormgegeven van kop, mond, ogen, kin, wangen en haren die verschillen en variatie te maken. Niet alleen vanwege het uiterlijk, maar juist vanwege het innerlijk. En hoewel sommige beelden bijna abstract aandoen, komt de noodzaak het werk te maken toch voort uit de directe relatie met de werkelijkheid. Het zijn mensen zoals wij allemaal. Dat maakt dat het toch heel dichtbij blijft. Uiterlijk en innerlijk. De wereld in je hoofd, je gedachten. Hoe toont zich dat? Kan zich dat wel tonen? Wat zie je van de binnenkant aan de buitenkant? Misschien is het niet anders dan dat zij probeert een kopvan een mens te maken met een aard, een karakter, een gezicht. Dat kun je een portret noemen, een kop verbonden aan een persoonlijkheid. Een mens, een volwaardig mens. Een mens in zijn waarde. Toen ik bij haar op atelierbezoek was moest ik denken aan de tuinen van
Bomarzo, een beeldenpark uit de 16e eeuw in Italië, dat ik dit voorjaar
heb bezocht. Tussen de weelderige begroeiing ontdekte je portretten van
mens- en dierfiguren, meer dan levensgroot. Heel anders gemaakt dan hoe
het werk van Christian tot stand komt. Ter plekke gehakt uit enorme rotsblokken
die daar al in het landschap verspreid lagen. Maar met een zelfde sfeer,
een zelfde soort weekheid. Daar veroorzaakt door de erosie van het zachte
gesteente. Het geeft de beelden een zelfde ongrijpbare melancholie. De
dikke lagen mos versterken dat zoals bij Christian het verweerde uiterlijk
en de glazuren dat ook doen. Haar beelden zijn niet voor niets voornamelijk
in groene tinten. Het schept een wereld van oer, oerwoud of diepzee taferelen.
Een ver verleden dat tot leven komt met een enorme potentie. Je hoeft
je maar om te draaien en ze zijn veranderd. Soms zijn de figuren gereduceerd
tot een enkel gebaar. Is het drama enkel nog een soort stromen, wortelen
of groeien. De tuinen van Christian.
Van oorsprong is Eveline van Duyl beeldhouwster van meer dan levensgrote mensfiguren, waar altijd iets mee aan de hand is. Meestal voelen ze zich niet erg lekker om dan toch, weer volkomen onverwachts, heel krachtig uit de hoek te komen. Kwetsbare figuren, gemaakt uit allerlei verschillende, vaak gerecyclede materialen. Materialen met een geschiedenis; oude kleding, een rolstoel, delen van een piano -wat meteen iets vertelt over het formaat van haar beelden. Aan elkaar gelast, geplakt, genaaid, opgevuld. Soms herinnerend aan de skeletten in natuurhistorische musea. Maar net als bij het oude behang, dat ze regelmatig in haar werk gebruikt, is er sprake van een enorme gelaagdheid. De betekenis is niet direct afleesbaar. Zowel bij haar beelden als ook nu weer in de foto’s als achtergrond, gebruikt ze gordijnen en behang met motieven uit een bepaalde periode dat een vervreemdende sfeer oproept. De oudere dames zijn geportretteerd in de Ikea-achtige gedesignde omgeving van het bejaardentehuis. Een plek die niet meer van hen is. Waar ze eigenlijk niet meer thuis horen. Zo heeft Eveline bij de jonge meisjes juist gekozen voor een entourage van tapijten en gordijnen, die eigen-lijk bij een verleden horen, net als de trouwjurken van hun moeders of oma’s; ze passen hen nog niet. In deze fotoserie Expectations Past, Present & Future is de betekenis gemakkelijker te achterhalen dan bij de beelden. Het zijn onze dromen geprojecteerd op het huwelijk, het centrale punt van ons leven. Hier krijgt de liefde gestalte; hier wordt onze voortplanting bepaald. Dit is het punt waar we naartoe leven en hier vandaan zal de rest van ons leven zijn vorm krijgen. Het hebben van verwachtingen is een typische menselijke aangelegenheid. Dat het gras toch iets minder groen is dan verwacht, daar heeft de koe ogenschijnlijk weinig last van. De keerzijde van verwachtingen zijn teleurstellingen en ook die horen bij het leven als mens. Maar samen maken ze het ook mogelijk de werkelijkheid te relativeren en af en toe te ontsnappen. Een beetje weg-ver-wachten als je in de wachtkamer bij de tandarts zit of in andere situaties, waar je eigenlijk liever niet had willen zijn. Maar het verwachten kan de boel behoorlijk stagneren zoals bij de puber, die de bank niet af te branden is. Of het kan de oudere mens juist doen wegglijden in herinneringen. Zou het hebben van bepaalde verwachtingen ook biologisch bepaald zijn en daarmee ook verklaren waarom juist vrouwen dromen van trouwen? Of komt dat hier nu vooral door de keuze voor de metafoor van de bruidsjurk? Over precies één week trouwt mijn zoon. Dezelfde, die er
ook voor zorgde dat Rinie en ik 22 jaar geleden trouwden. Hij was 4 en
de kleuterjuf ging trouwen. Het werd natuurlijk HET onderwerp van gesprek
en goede argumenten om het niet te doen hadden we eigenlijk ook niet.
De televisie, het cadeau van opa en oma, was doorslaggevend. In mijn tijd
trouwde je namelijk niet, zonde van het geld en als het dan niet meer
goed zou gaan hielp zo’n jurk toch ook niks. Je ging met je verkering
samenwonen. En eerlijk gezegd vond ik trouwen ook best eng. Je belooft
iets en dat schept verwachtingen. Op eens ben je dan niet alleen verantwoordelijk
voor je eigen verwachtingen, maar ook nog eens voor die van een ander.
Hoe zie je de toekomst als je oud bent en je actieve jaren voorbij zijn?
Als de hoeveelheid nieuwe ervaringen steeds meer afneemt nemen dan ook
je verwachtingen af? Dromen we dan enkel nog van ons voorbije leven? Van
onvervulde verlangens....? Of van de naderende dood...? Dromen blijven
we waarschijnlijk altijd doen; hopen eigenlijk ook. Onze dromen en onze
wensen zijn bijna altijd zo veel groter dan de werkelijkheid. Velen dromen
van de ‘grote liefde’. Altijd vol passie en romantiek, zonder
conflicten. We dromen van zelfverwerkelijking; van grootse prestaties,
beroemd worden, succes. De aard van de verwachtingen worden waarschijnlijk
toch ook wel door zoiets als leeftijd of geslacht bepaald. Eveline is
vrouw en ook zij droomde van trouwen met haar grote liefde in de mooiste
trouwjurk die je maar kunt bedenken. Vanuit die dromen heeft zij deze
serie foto’s gemaakt. Toch lijkt er iets bij de foto’s, net
als bij haar eerdere beelden, niet helemaal te kloppen. En als je goed
kijkt zie je bij de foto’s van de uitnodiging hoe bij het jonge
meisje de jurk op haar rug bij elkaar getrokken is om haar nog onvolgroeide
lichaam. Ook haar dromen en verwachtingen zijn waarschijnlijk veel groter
dan de werkelijkheid. Bij de oudere dame in rolstoel zie je op eens dat
de jurk op haar kleding is gespeld. De door ouderdom en ziekte gekromde
handen liggen in haar schoot terwijl de mouwtjes er losjes overheen gedrapeerd
zijn. Je kunt nog net een glimp van haar armen opvangen. De lijfjes van
de trouwjurken, net als de veranderende verwachtingen, pasten nog niet
of niet meer...
Eerst wil ik nog iets kwijt over het woord mens, dat de titel van het jaarprogramma was. Bij ons thuis kon je met het woord mens twee kanten uit. Aan de ene kant vond mijn moeder ”Ach mens” het meest beledigende, dat je tegen haar kon zeggen. Omdat het haar tot een onduidelijke massa reduceerde, beroofd van haar individuele identiteit. Toch kwam ze ook vaak zelf met de verontschuldiging: “Ach, ik ben ook maar een mens”. Deze tentoonstelling is geconcentreerd op dat mens-zijn. Mijn werk is een registratie van mijn bestaan. To be or not to be om maar eens een beroemde uitspraak te gebruiken. Daar gaat het inderdaad allemaal over. Geboorte en dood zijn een gegeven. Daar tussenin moet je het zelf doen. Zijn is keuzes maken, actie ondernemen. De trouwe bezoeker van de tentoonstellingsreeks een mens weet ondertussen al heel veel over mijn zijn. Mijn gedachtes over de dood, het huwelijk, kinderen hebben, afwijken van het gangbare: in uiterlijk, maar juist ook psychologisch. Het menselijke onvermogen, maar ook zijn hoop en verlangens, die hem telkens weer aanzetten tot zin in zijn. Het hele jaarprogramma vertelt niet alleen heel veel over de door mij uitgenodigde kunstenaars, maar is ook een soort zelfportret geworden en deze laatste tentoonstelling een soort groepstentoonstelling met mij zelf. Het oudste werk op deze tentoonstelling is het werk vanitas
uit 1999. Daterend van het groot grafiek project artist village,
waar ik Barbara Guldenaar voor het eerst ontmoette. Een monoprint van
een levensgrote liggende figuur. De aderen zijn als een stroomgebied,
een deltalandschap. Niet perspectivisch weergegeven, maar van boven af
geprojecteerd over een patroon van buitelende, spelende meisjes. Ook dit
werk zou zelfportret kunnen heten, want zowel de grote figuur
als de meisjes ben ik zelf. Net als bij het begin van de tentoonstellingsreeks
met het werk van Margriet Luyten begin ik ook nu weer met de dood. Maar
vanitas is voor mij vooral een ‘gedenk te leven’,
niet in de zin van planning, maar een bewustzijn van het functioneren
van je lichaam. Na een periode van ziekte wilde ik dat lichaam begrijpen
en verdiepte me in die processen in mijn lijf, die normaal gesproken automatisch
gebeuren. Los van kunnen, willen of weten. Zomaar een stukje natuur zijn.
In het werk winterblues zijn de planten niet langer omgezet in een ander materiaal. Juist het vergankelijke versterkt de melancholie. Ieder jaar rond november/december heb ik moeite met het afscheid van de zon. Toen de kinderen klein waren zijn we een aantal keren een weekje naar een Canarisch eiland geweest. Behalve dat ik nog even naar de zomer terug kon, kwam ik iedere keer thuis met een koffer vol gedroogde cactussen en andere planten. Pas in 2008 resulteerde het in dit beeld van de stille figuur onder die grote dreigende najaarswolk. In het werk bodybuilding on the beach speel ik met mijn schaduw om zo meer vlees op de heupen te toveren, maar het moet wel een spelletje blijven. Net als in het werk van Christian Wisse is het een statement tegen de idiotie van het hedendaagse heilig geloof in de maakbaarheid van alles, inclusief het eigen lichaam. Het ideale beeld waaraan men moet voldoen. Je moet je niet laten verleiden door de groep. Overgave aan zijn is geen passieve houding, maar vraagt juist om een duidelijke keuze, waarbij je je eigenheid bewaakt evenals de rijkdom van het onvolmaakte. Mijn werk gaat over het steeds in verwante, maar unieke vorm verschijnen van leven. Ik hou ervan te zwerven. Niet alleen in de natuur, maar ook bij een tentoonstelling. Je laten leiden door wat je ziet. En net, zoals bij alle geleidelijke veranderingen zoals bij voorbeeld het langzaam donker worden in de schemering, moet je er de tijd voor nemen je ogen te laten wennen en geleidelijk aan ontdek je dan steeds meer. Dan kan je je ogen laten dwalen en zo van het ene gebied in het andere terecht komen. Tijdens dit verdwalen verandert de werkelijkheid in verhalen. Op eens realiseerde ik me dat verhalen eigenlijk een heel raar woord is. Je hoeft dat helemaal niet van ver te halen. Het zit namelijk juist heel dichtbij, bij iedereen........ in zichzelf. Om op die manier te kijken vraag ik wel een bepaalde bereidheid van de toeschouwer. Een bereidheid om zich daar voor open te stellen, verder te gaan, misschien zelfs een hekje over. |